E-mail: gemeente@halderberge.nl - Telefoon 14 0165
Bezoekadres: Parklaan 15, 4731 GJ Oudenbosch
Postadres: Postbus 5, 4730 AA Oudenbosch
Website: www.halderberge.nl
Cookies: www.halderberge.nl/cookies
In het Jaarverslag zijn per programma de baten, lasten en het resultaat opgenomen. In het overzicht van baten en lasten is dit verzameld in een totaaloverzicht. Hieronder treft u een toelichting aan op de grootste verschillen tussen de Begroting 2025 (incl. wijziging) en de Jaarrekening 2025 (x € 1.000). In het Jaarverslag treft u per programma een meer gedetailleerde analyse aan van de belangrijkste verschillen tussen de geraamde en de gerealiseerde bedragen.
Taakveld | Verschil | V/N | Toelichting |
|---|---|---|---|
Bestuur (Bestuur en burgerzaken) | -720 | N | Jaarlijks moet de voorziening voor wethouderspensioenen op peil worden gebracht op basis van de actuariële waarde berekening. Op basis van de berekening per 31-12-2025 is de benodigde storting in de voorziening hoger dan geraamd. Dit wordt met name veroorzaakt door de toekomstige overgang van het Appa-pensioen naar het ABP. De Commissie BBV heeft in december 2025 een uitspraak gedaan over de uitgangspunten voor de voorziening en de overdracht van Appa naar het ABP. Vervolgens heeft het Ministerie van BZK een circulaire gepubliceerd gebaseerd op deze uitspraak. Het resultaat is dat de gemeente een voorziening op basis van grondslagen voor individuele waardeoverdrachten én aanvullend een voorziening voor de overdracht aan het ABP dient aan te houden. De redenering is dat de gemeente tot de overdrachtsdatum naar het ABP individuele waardeoverdracht moet blijven faciliteren. Tegelijkertijd dient de gemeente rekening te houden met opslagen die horen bij een collectieve overdracht naar het ABP. |
Burgerzaken (Bestuur en burgerzaken) | -67 | N | Het totale verschil op het het taakveld Burgerzaken bedraagt circa € 67.000 negatief en is opgebouwd uit diverse posten. Zo zijn de kosten voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2026 circa € 14.000 hoger uitgevallen. Er moest worden uitgeweken naar een alternatieve locatie met extra huurkosten tot gevolg. Ook zijn extra opleidingskosten gemaakt voor het nieuwe projectteam en stembureauleden vanwege de nieuwe VOX-telmethode, en is er een pilot uitgevoerd waarbij de stempassen met behulp van een tablet snel en betrouwbaar konden worden gescand. Daarnaast zijn de leges op het product Burgerlijke stand lager uitgevallen. De grootste afwijkingen hebben betrekking op het product Burgerlijke stand en Naturalisaties. De leges op het product Burgerlijke stand zijn circa € 39.000 lager uitgevallen. Bij dit product is een tendens (ook landelijk) ontstaan dat steeds minder betaalde huwelijke en geregistreerde partnerschappen gesloten worden. Ook zijn minder uittreksel Burgelijke stand verkocht in 2025. De leges op Naturalisaties zijn circa € 18.000 lager uitgevallen. In 2025 zijn maar 46 aanvragen gedaan voor naturalisatie tegenover 76 aanvragen in 2024. Dit aantal wisselt per jaar, waarin het ook niet altijd mogelijk is om een tendens aan te geven. Na het ingaan van de Brexit hebben veel Britten een verzoek tot naturalisatie gedaan. De golfbeweging in het aantal inwoners wat een asielstatus heeft en 5 jaar of langer asiel verblijf heeft in Nederland gaat ook op en neer. Vooraf is niet altijd te bepalen wat het aantal vragen gaat worden in een jaar. |
Beheer overige gebouwen en gronden (Openbare ruimte) | 94 | V | Bij het vaststellen van het MJOP is voor 2025 een budget van ca. € 91.000 opgenomen voor tijdelijke gebouwen, waaronder Lindelommer, Vossenberg, All In one, Bibliotheek Hoeven. Dit budget is bedoeld als noodvoorziening voor onverwachtse werkzaamheden, zoals dakreparaties of aanpassingen aan CV installaties. In 2025 zijn er minder acties, storingen of herstelwerkzaamheden nodig geweest waardoor dit budget niet volledig is benut. Ook was er minder klein onderhoud nodig en hoefde minder extern advies te worden ingewonnen, wat resulteert in een positief saldo. |
Verkeer en vervoer (Openbare ruimte) | -76 | N | Het afgelopen jaar is onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor een brug over de rondweg. Bij het vaststellen van het Beleidsplan Civiel Technische Kunstwerken 2022-2031 op 14 juli 2022 is met dit onderzoek destijds geen rekening gehouden. Dit leidt tot een overschrijding van € 14.000. Daarnaast was er in 2025 op basis van het Beleidsplan Civiel Technische Kuntswerken 2022-2031 minder budget voor onderhoud van civieltechnische kunstwerken. Gezien de inflatie van de afgelopen jaren is dit budget niet haalbaar gebleken. |
Openbaar groen en (openlucht) recreatie (Openbare ruimte) | 78 | V | Het positieve saldo van € 78.000 op verkopen van gronden wordt met name veroorzaakt doordat in 2025 een perceel is verkocht voor de realisatie van woningen in het centrum van Hoeven. Deze opbrengst was bij het opstellen van de slotwijziging nog niet bekend en is daarom niet meegenomen in de raming. Daarnaast zijn in de loop van het jaar aanvullende overeenkomsten tot stand gekomen voor percelen aan de Hofstraat en de Molenstraat. |
Economische ontwikkeling (Ruimtelijke en economische ontwikkelingen) | 55 | V | In de begroting was een bijdrage aan de Economische samenwerking Halderberge (ESH) geraamd. De oprichting van de ESH is niet doorgegaan en er hebben geen grootschalige activiteiten plaatsgevonden. |
Afval (Ruimtelijke en economische ontwikkelingen) | 76 | V | Voor de raming van de vergoeding die wordt ontvangen voor het opruimen van zwerfafval maken we gebruik van extrapolaties. Als blijkt dat er een toename is in het ingezamelde volume aan geregistreerd zwerfafval en aanvullende activiteiten binnen de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid en (UPV) en Single-Use Plastics (SUP) regeling, dan resulteert dit succes ook in een extra vergoeding door Verpact. Dit effect werd ook nog eens versterkt doordat het tarief van de vergoedingen hoger was. |
Milieubeheer (Ruimtelijke en economische ontwikkelingen) | 128 | V | De eindafrekening van de Omgevingsdienst Midden en West-Brabant over 2025 is ontvangen. In deze afrekening zijn de realisatiebedragen voor de programmadelen: basistaken, projecten en adviezen en collectieve taken incl. SSIB verrekend met de prognoses en bijstellingen van de OMWB die in de voorschotten zijn verwerkt. Daarnaast zijn er efficiëncy slagen gemaakt bij de OMWB wat geleid heeft tot een positief resultaat, dat ten gunste komt van de deelnemers. |
Ruimte en leefomgeving (Ruimtelijke en economische ontwikkelingen) | 75 | V | Vanuit het college werkprogramma is uitvoering gevraagd op het project inzet op versterken van de leefbaarheid in de wijk. Dit zou in samenwerking met Woonkwartier worden opgepakt en uitgevoerd, wat echter vanwege priotiteitszetting niet van de grond is gekomen. In 2026 wordt dit thema uiterold vanuit het volkshuisvestingsprogramma met een compleet uitvoeringsprogramma. |
-86 | N | De ontvangen leges voor procedures ruimtelijke ordening zijn lager dan geraamd. De aanname in de begroting dat het volume voor ruimtelijke initiatieven door de instaptarieven enorm zou toenemen blijkt niet realisatisch geweest. | |
Bouwen en wonen (Ruimtelijke en economische ontwikkelingen) | -82 | N | De ontvangen leges voor omgevingsvergunningen zijn lager dan geraamd. In de mix van aanvragen is een verschuiving geweest naar lagere bouwkosten waarover de leges procentueeel worden berekend. Daardoor komen de leges lager uit. De afgelopen jaren is er een overschot op de leges geweest. Daarom is de raming van de leges sinds 2024 minder conservatief opgesteld. Zoals ook aangegeven in de Zomernota 2024 betekent dit wel dat tegenvallers in de legesopbrengsten een direct effect hebben op de exploitatie. |
273 | V | In 2025 is de Realisatiestimulans definitief vastgesteld. Met deze nieuwe regeling ondersteunt het Rijk gemeenten bij het bouwen van meer betaalbare woningen. Gemeenten ontvangen een bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning. Gemeenten kunnen deze bijdrage naar eigen inzicht inzetten. De regeling is bedoeld om lokale woningbouw te versterken en biedt gemeenten de vrijheid om de middelen te besteden op de manier die het beste bij hun woningbouwopgave past. Zij kunnen de middelen bijvoorbeeld gebruiken voor investeringen in gebiedsontwikkeling, het opzetten van een fonds voor betaalbare woningbouw of het reserveren van de middelen voor toekomstige projecten. In 2025 is gestart met de bouw van 39 woningen die voor de regeling in aanmerking komen. Dit betekent dat uit de Realisatiestimulans een bijdrage van € 273.000 wordt ontvangen. In 2026 wordt een bestedingsplan voor deze middelen opgesteld. Bij de bestemming van het jaarrekeningsaldo wordt voorgesteld de ontvangen bijdrage van € 273.000 hiervoor te reserveren. | |
Samenkracht en burgerparticipatie (Zorg, jeugd en participatie) | 244 | V | Voor de uitvoering van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) ontvangt de gemeente financiële middelen om de gezondheid van onze inwoners te versterken en de gezondheidszorg kwalitatief goed en toegankelijk te houden. Dit betekent dat we de komende jaren met onze partners inzetten op het stimuleren van een gezonde leefstijl, voorkomen van zorg (de beweging naar de voorkant) vanuit een sterke sociale basis en waar nodig passende zorg. Deze ontwikkeling staat niet op zichzelf, maar is verweven met andere ontwikkelingen in het sociaal domein zoals de Hervormingsagenda Jeugd. Vanuit het Rijk ontvangt de gemeente hiervoor financiële middelen. |
95 | Het totale positieve resultaat van € 95.000 is opgebouwd uit diverse kleine positieve verschillen op de exploitaties van de dorpshuizen, te weten dorpshuis De Steiger, Dorpshuis Bosschenhoofd, Dorpshuis Hoeven, Dorpshuis Oud Gastel, Fideï et Arti en de kapel van St. Louis. Daarnaast wordt het positieve verschil veroorzaakt doordat voor het dorpshuis Hoeven een budget van € 66.000 beschikbaar was gesteld voor de voorbereiding van de herinrichting van het Kerkplein en hiervan maar een bedrag van € 22.100 is uitgegeven. De voorbereiding op de uitwerking van het ontwerp van het nieuwe kerkplein is in Q4 2025 opgestart en duurt tot Q2 2026. Na uitwerking van het definitieve ontwerp (bestekstekeningen straatwerk en riolering) kan de aanbesteding worden opgestart waarop de uitvoering volgt van de herstructurering. Naar verwachting kan de start van de werkzaamheden in het najaar van 2026 beginnen. Bij de bestemming van het jaarrekeningsaldo wordt voorgesteld hiervoor het resterende budget van € 43.900 als jaaroverschrijdende uitgave mee te nemen naar 2026. | ||
Inkomensregelingen (Zorg, jeugd en participatie) | 58 | V | Gemeenten ondersteunen ouders die gedupeerd zijn door de kinderopvangtoeslagaffaire, bij problemen die zijn ontstaan door de affaire. Vanuit het Rijk wordt hiervoor compensatie ontvangen op basis van de gemaakte kosten, een normbedrag per gedupeerde en een normbedrag per plan van aanpak en nazorgtraject. Over 2025 bedraagt het deel van de compensatie dat wordt ontvangen op basis van normbedragen ca. € 58.000. |
Wmo (Zorg, jeugd en participatie) | 143 | V | Voor Wmo is er over 2025 een positief saldo gerealiseerd van € 143.000. Dit saldo is opgebouwd uit diverse onder- en overschrijdingen. Zo zijn de kosten voor begeleiding hoger uitgevallen dan geraamd. Het aantal indicaties is in de tweede helft van 2025 gestegen in plaats van de daling die eerder was te zien. Dit geeft een nadeel van ca. € 139.000. Hier staan diverse voordelen tegenover. Zo wordt van het CAK een hogere eigen bijdrage ontvangen van ca. € 65.000. Van de gemeente Bergen op Zoom is in 2025 een bedrag van ca. € 25.000 ontvangen ter compensatie van de uitvoeringskosten van de regeling beschermd wonen. Hier staan geen kosten tegenover. Verder zijn er in 2025 geen kosten gemaakt in het kader van de wet verplichte GGZ en ambulantisering GGZ wat een voordeel van ca. € 43.000 geeft. Ook is er in 2025 een minder groot beroep gedaan op extern advies in het kader van de Wmo. Dit geeft een voordeel van ca. € 21.000. Tenslotte is er sprake van een voordeel op de PGB WMO indicaties van ca. € 47.000. Bij de Wmo Pgb indicaties zien we een daling in het aantal indicaties ten opzichte van 2024, die de lagere kosten verklaren. Onderdeel van het positieve saldo WMO is het restantbudget dat beschikbaar is gesteld voor het plaatsten van een zorgunit. In 2025 is een besluit genomen om een zorgunit te plaatsen bij een inwoner. Hiervoor is een budget van € 104.000 beschikbaar gesteld. Over de realisatie zijn afspraken met een leverancier over gemaakt en de eerste aanbetaling is gedaan. De verwachting was dat de unit in 2025 zou worden gerealiseerd. Vanwege het aanvragen van een vergunning en het moeilijk in contact komen met de inwoners, is dit niet gelukt. Daarom zal de unit in 2026 geplaatst worden. Bij de bestemming van het jaarrekeningsaldo wordt voorgesteld hiervoor het resterende budget van € 80.000 als jaaroverschrijdende uitgave mee te nemen naar 2026. |
Jeugdzorg (Zorg, jeugd en participatie) | -184 | N | Voor jeugdzorg is er over 2025 een negatief saldo van € 184.000 gerealiseerd. Deze overschrijding kent geen eenduidige oorzaak, maar is te verklaren door een samenloop van incidentele en administratieve factoren. Het grootste deel van het tekort, ca. € 180.000, wordt veroorzaakt door verplichtingen voor trajecten die in 2024 of eerder zijn gestart en afgerond en waar nog geen factuur voor is ontvangen. Daarnaast zijn de kosten voor JeugdzorgPlus in 2025 ca. € 80.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Deze kosten zijn inherent moeilijk voorspelbaar en worden sterk beïnvloed door individuele en vaak acute plaatsingen. Daarnaast zijn nog diverse andere verschillen die het saldo verklaren. Het totaal van deze verschillen bedraagt ca. € 76.000 positief. Zo zijn bij de maatwerkvoorzieningen verschillen ontstaan doordat een aantal indicaties na de slotwijziging is gestart. Deze trajecten waren bij het opstellen van de slotwijziging nog niet bekend en konden daarom niet tijdig worden meegenomen. In enkele gevallen betrof dit ook wijzigingen met terugwerkende kracht, zoals een herindicatie van PIC naar hoogcomplex B. Tegenover deze hogere lasten staan ook onderschrijdingen. Binnen LTA en maatwerk is sprake van lagere kosten, onder andere doordat een dure cliënt halverwege het jaar is verhuisd en een andere cliënt gedurende het jaar de leeftijd van 18 jaar bereikte. Daarnaast waren de kosten voor maatwerk met name in de eerste helft van het jaar hoger, waarna in de tweede helft een duidelijke afname zichtbaar was. |
Onderwijshuisvesting (Onderwijs, sport en cultuur) | -91 | N | In 2025 is besloten om het IHP voor opvang- en onderwijshuisvesting te actualiseren. De gehuurde units bij basisschool Uniek zijn door de leverancier opgehaald. De hiermee samenhangende kosten maakten deel uit van de opdracht, maar waren nog niet opgenomen in de begroting. Daarnaast is de verbouwing bij Uniek & De Klinkert nog niet voltooid. Hierdoor is nog geen vergoeding voor het gebruik van de ruimten van de opvangorganisatie ontvangen. |
Onderwijsbeleid en leerlingzaken (Onderwijs, sport en cultuur) | 67 | V | In april 2025 is besloten het leerlingenvervoer naar taalklassen te bekostigen vanuit de uitkering Gemeentelijk Onderwijs Achterstanden Beleid. Dit heeft een aanzienlijke besparing op het budget voor leerlingenvervoer opgeleverd. De bijraming voor leerlingenvervoer door Dutax Beheer B.V was gebaseerd op de daadwerkelijke kosten van 2024, verhoogd met de toegepaste indexering. Het aantal ritten varieert echter jaarlijks en daarmee zijn de kosten voor deze vervoerder voor 2025 lager dan begroot. Dit geldt ook voor de kosten voor het vervoer naar de Mytylschool. Gezamenlijk heeft dit geleid tot een voordeel van € 67.000. |
74 | V | De kosten voor de peuteropvang voor kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag zijn volledig gedekt uit de rijksbijdrage voor onderwijsachterstanden. Hierdoor ontstaat in 2025 een voordeel van € 74.000. | |
Algemene uitk. en overige uitk. Gemeentefonds (Algemene dekkingsmiddelen) | 384 | V | Ten opzichte van de raming in de Slotwijziging 2025 zijn de uitkeringen uit het gemeentefonds ca. € 384.000 hoger uitgevallen. Dit verschil bestaat uit een positieve bijstelling van de uitkeringen over 2023 (ca. € 122.000) en 2025 (ca. € 262.000). Bij het onderdeel uitkeringen gemeentefonds in het hoofdstuk Algemene dekkingsmiddelen zijn de verschillen in de uitkeringen uit het gemeentefonds uitgebreid toegelicht. |
Overhead (Overhead) | 131 | V | In de Begroting 2025 is een budget opgenomen voor diverse automatiseringsprojecten die nog doorlopen in 2026. Dit betreft drie samenhangende onderdelen. Zo lopen de migratie naar de Cloud en de overgang naar een i-regieorganisatie door in 2026. Er is vertraging ontstaan in 2025, waardoor er begin 2026 nog inzet nodig is om lopende zaken af te ronden. De ingehuurde projectleider blijft noodzakelijk om de aanbesteding, organisatorische inrichting en technische migratie zorgvuldig af te ronden. Ook lopen nog een aantal SAAS trajecten door die voorbereid zijn in 2025, maar pas gestart worden in 2026. Tenslotte bevat de uitvoering van het Informatiebeleidsplan meerjarige projecten (2024 t/m 2028), zoals doorontwikkeling van informatiehuishouding, data gedreven werken, informatiebeveiliging en digitalisering van processen. Veel van deze activiteiten lopen door of worden pas opgestart 2026. De niet bestede middelen zijn nodig om deze projecten voort te kunnen zetten. Bij de bestemming van het jaarrekeningsaldo wordt voorgesteld hiervoor het resterende budget van € 131.000 als jaaroverschrijdende uitgave mee te nemen naar 2026. |
62 | V | In 2025 zijn er minder grote communicatiecampagnes ingezet. Deze campagnes hangen aan de speerpunten in het collegewerkprogramma (CWP). De meeste punten uit het CWP zijn afgerond en daarmee ook de communicatie. De verwachting is dat deze vanaf 2026 na het nieuwe CWP weer opnieuw ingezet worden. Daarnaast is in 2025 minder gebruik gemaakt van de gemeentepagina’s in de Bode. Dat wisselt jaarlijks. Dit alles geeft een voordeel van € 62.000 voor 2025. | |
Algemeen | 296 | V | Voor de toerekening van rente aan de investeringen wordt een renteomslag opgesteld. De werkelijke rentekosten- en baten worden hierin afgezet tegen de boekwaarden van de activa en voorraden en monden uit in een gemiddeld rentepercentage. In de Begroting 2025 bedroeg dit gemiddelde percentage 1,5%. Doordat de gerealiseerde rentebaten in 2025 hoger waren dan geraamd, is het rentepercentage in de Jaarrekening 2025 gecorrigeerd naar 1,09%. Voor een nadere toelichting op de rente wordt verwezen naar de paragraaf financiering. |
Overige afwijkingen | 407 | V | Naast de hierboven genoemde grootste verschillen zijn er veel, relatief kleine, positieve verschillen en nauwelijks kleinere negatieve verschillen. Het totaalbedrag van alle verschillen tussen € 20.000 en € 50.000 bedraagt € 294.000 positief. Het totaalbedrag van alle overige verschillen, kleiner dan € 20.000, bedraagt € 113.000 positief. In het Jaarverslag treft u per programma een meer gedetailleerde analyse aan van de belangrijkste verschillen tussen de geraamde en de gerealiseerde bedragen. |
Totaal | 1.434 | V |