In de Programmabegroting 2025 zijn in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de 10 grootste risico’s opgenomen en toegelicht. In deze paragraaf wordt een terugblik gegeven op bestaande risico’s uit de Programmabegroting 2025.

Terugblik risico’s

In de Programmabegroting 2025 waren de volgende 10 grootste risico’s opgenomen.

Risico

Risicobedrag

Tekort jeugdzorg

1.197.000

Tekort BUIG

1.116.000

CAO en andere loonontwikkelingen

465.000

Tekort Wmo huishoudelijke ondersteuning

389.000

Lagere algemene uitkering

317.000

Tekort WMO begeleiding

294.000

Wateroverlast

246.000

Tekort Wmo: open einde financiering voorzieningen

139.000

Vorst- en dooischade wegen

124.000

Schade een wegen a.g.v. omleidingsroutes en sluipverkeer

123.000

Tekort jeugdzorg

Omdat de uitvoering van de Jeugdwet een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor jeugdzorg. Het tekort op jeugdzorg bedroeg in 2025 € 184.000 ten opzichte van de raming. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de verschillenanalyse in het programma Zorg, jeugd en participatie.

Tekort BUIG

Van het rijk wordt een gebundelde uitkering (BUIG) ontvangen voor de uitvoering van de Particiaptiewet, IOAW, IOAZ en BBZ. Omdat de uitvoering hiervan een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 7,5% van de rijksbijdrage. Bij een (stuctureel) tekort van meer dan 7,5% kan een beroep worden gedaan op de vangnetregeling. Het overschot op de Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ bedroeg in 2025 € 32.000 ten opzichte van de raming. Ten opzichte van de ontvangen rijksbijdrage was er in 2025 een tekort van 1,08%.

CAO en andere loonontwikkelingen

Voor de ontwikkeling van de salarissen wordt, naast de periodieke verhogingen, rekening gehouden met de loonstijgingen als gevolg van de cao. In de meerjarenraming 2025 - 2028 is, in afwachting van een nieuwe cao, een loonstijging opgenomen van 3% per jaar. Er is een nieuwe cao voor gemeenten afgesloten voor de periode van 1 april 2025 tot 31 maart 2027. De totale loonstijging tot en met 31 maart 2027 bedraagt op basis van de nieuwe cao 6,7% + € 35 nominaal. De totale loonstijging over de gehele looptijd is hiermee nagenoeg gelijk aan de raming. Doordat de loonstijgingen niet volledig ingaan op 1 januari maar op verschillende moment gedurende de looptijd ontstaat er in de eerste jaren een voordeel ten opzichte van de raming. Voor 2025 heeft daarvoor een bijstelling plaatsgevonden in de Zomernota 2025 van € 107.000 positief.

Tekort Wmo hulp bij huishoudelijke ondersteuning

Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening hulp bij het huishouden een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor huishoudelijke ondersteuning. Het tekort op Wmo hulp bij het huishouden bedroeg in 2025 € 4.000 ten opzichte van de raming.

Lagere algemene uitkering

Bij de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2025 is opgenomen om in de raming van de uitkeringen uit het gemeentefonds geen rekening meer te houden met een behoedzaamheidsreserve. Dit betekent dat wanneer de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds gedurende een begrotingsjaar naar beneden dan wel naar boven wordt bijgesteld, dit voortaan een direct budgettair effect heeft. Gedurende het jaar 2025 is de raming van de uitkeringen uit het gemeentefonds op verschillende momenten bijgesteld. In de jaarrekening bedraagt het verschil ten opzichte van de raming € 384.000 positief.

Tekort Wmo begeleiding

Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening begeleiding een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor begeleiding. Het tekort op Wmo begeleiding bedroeg in 2025 € 126.000 ten opzichte van de raming.

Wateroverlast

Het klimaat is aan het veranderen. We krijgen meer en meer te maken met buien waarin binnen een korte tijd veel water valt. Het afwateringssysteem kan dergelijke intensieve regenbuien niet aan. De kans op wateroverlast in zowel stedelijk als landelijkgebiedneemtdaarom toe. De laatste jaren is daarom enorm veel geïnvesteerd in het treffen van maatregelen om wateroverlast tegen te gaan. De gevolgen van waterlast kunnen zijn:

  • Verzakkingen van wegen als gevolg van uitspoeling (zinkgaten) door langdurige regenval of gebroken waterleiding.

  • Herstellen verzakkingen en breuken in het riool.

  • Schoonmaken van ondergelopen gebieden.

  • Inzet van pompen voor het wegpompen van water in de ondergelopen gebieden.

  • In ernstige gevallen evacueren en opvangen bewoners.

In de begroting is geen rekening gehouden met deze gebeurtenissen. Wel zijn er middelen voor het onderhoud aan wegen en riolering ter voorkoming van mogelijke overlast. Weersomstandigheden blijven echter een risico.

Tekort Wmo open einde financiering voorzieningen

Omdat de uitvoering van de Wmo-voorzieningen (woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, rolstoelen) een openeinde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor Wmo-voorzieningen. In 2025 is de verstrekking van Wmo-voorzieningen binnen het beschikbare budget uitgevoerd. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit inclusief het restantbudget van € 80.000 voor het plaatsen van een zorgunit is. Aan de raad wordt voorgesteld om dit budget mee te nemen naar 2026 omdat dan de plaatsing plaats zal vinden. Als dit budget buiten beschouwing wordt gelaten, dan bedroeg het tekort op Wmo-voorzieningen in 2025 ca. € 11.000 ten opzichte van de raming.

Vorst en dooischade wegen

Jaarlijks is er financieel ruimte voor het uitvoeren van onderhoud aan wegen, verhardingen en kunstwerken. In de begroting is geen rekening gehouden met mogelijke schades als gevolg van dergelijke extreme weersomstandigheden. Die hebben zich tot op heden nog niet voorgedaan, maar vormen wel een risico. In 2025 is door vorst en dooi geen schade van betekenis geweest.

Schade aan wegen als gevolg van omleidingsroutes en sluipverkeer

Door reconstructies aan wegen kunnen schades ontstaan aan die wegen die worden aangewezen als omleidingsroute bij deze werkzaamheden. Daarnaast worden wegen ook gebruikt door sluipverkeer, omdat het verkeer naast de omleidingsroutes haar eigen weg kiest. Met deze mogelijke schades is geen rekening gehouden in de begroting maar vormt wel een risico. In 2025 zijn er geen extra kosten ontstaan door dit risico.

Top