1.7.6 Algemene dekkingsmiddelen

De gemeente heeft een aantal algemene dekkingsmiddelen die de gemeente naar eigen inzicht mag aanwenden. Deze inkomsten zijn voor een belangrijk deel niet beïnvloedbaar. Daarbij kan worden gedacht aan de uitkeringen uit het Gemeentefonds. Voor een deel kan de gemeente de omvang zelf bepalen. Dit gedeelte wordt afgebakend door het eigen belastinggebied. De gemeentelijke belastingen kennen in tegenstelling tot de retributies, zoals het rioolrecht en de afvalstoffenheffing, geen vooraf bepaald bestedingsdoel. In de Gemeentewet is vastgelegd welke belastingen een gemeente mag heffen.

Hieronder zijn in een overzicht de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente Halderberge opgenomen (x € 1.000).

Algemene dekkingsmiddelen

Begroting 2026

1. Onroerende zaakbelastingen

9.855

2. Uitkeringen gemeentefonds

69.387

3. Treasury/dividend

172

4. Post onvoorzien

-200

Totaal

79.214

Hieronder worden de verschillende onderdelen verder toegelicht.

Onroerende zaakbelastingen

De geraamde opbrengst van de onroerende zaakbelastingen bedraag voor 2026 € 9.855.105. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen.

Uitkeringen Gemeentefonds

Algemeen

In de Zomernota 2025 is als uitgangspunt voor de Begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 - 2029 onder meer opgenomen dat de uitkomsten van de septembercirculaire 2025 meegenomen worden voor zover dat mogelijk is. Traditiegetrouw verschijnt de septembercirculaire Gemeentefonds op of direct na Prinsjesdag. De septembercirculaire geeft een actueel beeld van de (meerjaren)raming van de uitkeringen uit het gemeentefonds, waarvan de algemene uitkering qua omvang de belangrijkste is. De rijksbegroting 2026 (Miljoenennota 2026) vormt de basis van de meerjarenraming van de algemene uitkering in de septembercirculaire 2025. De Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau (hierna: CPB), die een actueel overzicht geeft van de economische verwachtingen van de Nederlandse economie, staat op zijn beurt weer aan de basis van de rijksbegroting.

Normeringssystematiek

De (jaarlijkse) mutatie van de omvang van de algemene uitkering, ook wel accres genoemd, is sinds enkele jaren gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (hierna: BBP). Daarbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen het volume deel en het nominale deel. Het nominale deel wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de verwachte prijsontwikkeling die door het Centraal Planbureau (hierna: CPB) geraamd wordt. Het nominale deel wordt vastgesteld op basis van de raming van het CPB in het voorjaar van het betreffende jaar (Centraal Economisch Plan). Het volume deel is gekoppeld aan de historische ontwikkeling van het BBP (een achtjarig gemiddelde, t-9 t/m t-2). Een mutatie van de omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds resulteert in een mutatie van de uitkeringsfactor (ook wel de vermenigvuldigingsfactor genoemd) en werkt structureel door naar de volgende jaren (cumulatief effect).

Algemene mutaties septembercirculaire

In de septembercirculaire 2025 is de accresraming voor het jaar 2026 en verder geactualiseerd. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen een (meerjarige) bijstelling van het nominale deel en een (meerjarige) bijstelling van het volume deel. Voor alle jaren (2026-2029) is de raming voor het nominale deel neerwaarts bijgesteld. Voor de jaren 2027 tot en met 2029 is de raming van het volume deel ook neerwaarts bijgesteld. Er is voor alle jaren sprake van een daling van de accressen (van -/- € 78 miljoen in 2026 tot -/- € 184 miljoen in 2019). Een daling van het acres - een neerwaartse bijstelling van de omvang – resulteert in een neerwaartse bijstelling van de uitkeringsfactor en dus tot een lagere algemene uitkering voor de gemeente(n). Het nominale deel van het accres voor het jaar 2026 wordt (definitief) vastgesteld in de meicirculaire 2026.

Taakmutaties septembercirculaire

Het aantal taakmutaties in de septembercirculaire 2025 is qua aantal vrij beperkt gebleven. De qua omvang belangrijkste twee taakmutaties die beiden alleen betrekking hebben op het jaar 2025 zijn:

  1. de eenmalige toevoeging van middelen voor de jeugdzorg ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg voor de jaren 2023 en 2024 (voor de gemeente Halderberge gaat om € 1,16 miljoen afgerond);

  2. de eenmalige toevoeging van middelen ter compensatie van de (vervroegde) verkiezingen van de Tweede Kamer na het demissionair worden van het kabinet Schoof in 2025 (voor de gemeente Halderberge gaat om een bedrag van ongeveer € 105.000).

Tegenover de extra rijksmiddelen voor de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen staan echter ook extra lasten voor de gemeente(n), zodat deze extra middelen niet automatisch resulteren in extra vrije begrotingsruimte voor de gemeente(n). Dit is anders voor de extra middelen ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg in de jaren 2023 en 2024. Immers deze jaren zijn reeds verstreken. Dus deze extra middelen vergroten de vrije bestedingsruimte voor 2025.

Overige mutaties algemene uitkering

Naast bovenstaande gevolgen van de septembercirculaire 2025 (mutaties van de bedragen per eenheid van de diverse verdeelmaatstaven en mutaties van de uitkeringsfactor) zijn ook de aantallen eenheden van de diverse verdeelmaatstaven geactualiseerd. Qua financiële impact zijn vooral de mutaties van de aantallen eenheden van de inkomstenmaatstaven relevant. Op basis van de meest actuele informatie van de Belastingsamenwerking West-Brabant (voorlopige WOZ-waarden 2025) zijn de WOZ-waarden van de woningen en niet-woningen (fors) opwaarts bijgesteld. Het opwaarts bijstellen van de WOZ-waarden heeft enerzijds een positief effect op de verwachte belastingopbrengsten, maar anderzijds een negatief effect op de raming van de algemene uitkering. De inkomstenmaatstaven zijn immers negatief. Het negatieve effect op de algemene uitkering bedraagt gemiddeld zo’n -/- € 650.000. Het positieve effect op de OZB-opbrengsten was voor een deel al meegenomen in de Zomernota 2025. 

BTW-compensatiefonds: algemene mutatie voor het jaar 2025

De fondsbeheerders maken in de septembercirculaire de verwachte onderuitputting op het BTW-compensatiefonds bekend. De verwachte onderuitputting voor het jaar 2025 bedraagt naar verwachting zo'n € 428 miljoen. In de meicirculaire 2026 volgt de definitieve afrekening. De gemeente Halderberge houdt vanaf de begroting 2025 in de meerjarenraming van de algemene uitkering (gedeeltelijk) rekening met een onderuitputting op het BTW-compensatiefonds (hierna: BCF). In de begroting 2025 is de helft (50%) van de verwachte onderuitputting voor het jaar 2024, zoals gemeld in de septembercirculaire 2024, meegenomen (structureel een bedrag van € 400.000, zie blz. 59 begroting 2025). In de meicirculaire 2025 is de definitieve onderuitputting over 2024 bekend gemaakt. Naar aanleiding daarvan is de verwachte onderuitputting structureel (vanaf 2025) neerwaarts bijgesteld met zo’n -/- € 170.000 (zie blz. 25 zomernota 2025), zodat het bedrag aan (verwachte) onderuitputting vanaf het jaar 2025 is gedaald naar € 230.000. De verwachte onderuitputting voor het jaar 2025 is in de septembercirculaire 2025 volledig verwerkt door de uitkeringsfactor met 14 punten te verhogen. Naar aanleiding van de septembercirculaire 2025 is het bedrag aan verwachte onderuitputting voor het jaar 2026 en volgende jaren verhoogd naar € 330.000, een stijging van € 100.000 ten opzichte van de begroting 2025 (meerjarenraming 2026 – 2028), waarbij als uitgangspunt geldt dat 50% van de verwachte onderuitputting wordt meegenomen. De hogere algemene uitkering voor het jaar 2025 zal worden meegenomen in de Slotwijziging 2025. Mocht het (definitieve) bedrag van de onderuitputting op het BTW-compensatiefonds in de meicirculaire 2026 lager uitvallen, dan wordt dat verrekend met de algemene uitkering over 2026.

Overige uitkeringen

In de septembercirculaire 2025 zijn drie nieuwe decentralisatie-uitkeringen opgenomen, die resulteren in extra middelen voor met name het jaar 2025. Twee van deze decentralisatie-uitkeringen (versterking omgevingsveiligheidsdiensten, overheidsbrede dienstverlening) hebben een structureel effect vanaf het jaar 2025 respectievelijk vanaf het jaar 2026 (totaalbedrag ca. € 35.000 voor de jaren 2026 - 2028).

Qua omvang is de (vooralsnog eenmalige toevoeging van de) decentralisatie-uitkering capaciteit decentrale overheden klimaat-en energiebeleid de belangrijkste (voor de gemeente Halderberge gaat het om een bedrag van ongeveer € 1 miljoen jaar in 2026). Hoewel het een nieuwe decentralisatie-uitkering betreft, gaat het in feite om een overheveling van rijksmiddelen die eerder als specifieke uitkering(en) aan de gemeente(n) werden verstrekt (SPUK CDOKE). In beginsel zijn deze middelen ook beschikbaar voor de periode 2027 tot en met 2030, maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald. Deze middelen worden dan ook vooralsnog als eenmalige middelen uit het gemeentefonds aangemerkt.

Daarnaast worden er middelen toegevoegd aan bestaande integratie en decentralisatie-uitkeringen, zoals de decentralisatie uitkering Spreidingswet en de integratie-uitkering Participatiewet. Tegenover de (verhogingen van de) decentralisatie-uitkeringen en de integratie-uitkeringen staan doorgaans extra lasten voor de gemeente(n) van nagenoeg gelijke omvang, zodat deze extra rijksmiddelen over het algemeen niet resulteren in extra vrije begrotingsruimte.

Totaaloverzicht gemeentefonds

In onderstaande tabel treft u voor de jaren 2025 tot en met 2029 de mutaties (x € 1.000) van de algemene uitkering en de overige uitkeringen uit het gemeentefonds (ten opzichte van de stand Zomernota 2025) voor onze gemeente aan:

2026

2027

2028

2029

Algemene uitkering

-686

-723

-690

-660

Overige uitkeringen

1.125

104

33

26

Totaal Gemeentefonds

439

-619

-657

-634

Verwachte onderuitputting BTW-compensatiefonds

100

100

100

100

Extra lasten agv taakmutaties en toegenomen decentralisatie- en integratie-uitkeringen

-1.050

-28

-28

-28

Totaal

-512

-547

-585

-562

Treasury/dividend

De gemeente Halderberge bezit aandelen in diverse ondernemingen, waarvan twee jaarlijks dividend uitkeren, nl. BNG Bank NV en Saver NV.

De volgende bedragen zijn in de begroting 2026 opgenomen.

  • Dividend BNG: € 80.000

  • Dividend Saver: € 92.250

Een toelichting op het onderdeel Treasury treft u aan in de paragraaf Financiering.

Post onvoorzien

In de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027 - 2029 is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 200.000 per jaar.

Top