Exploitatie Dorpshuis Oud Gastel

Het exploitatiebudget voor Dorpshuis Oud Gastel is ontoereikend door hogere onderhouds- en energiekosten. Voor onder andere brandmeldinstallatie, schoonmaak, glasbewassing en onderhoud van de cv-installatie is een aanvullend budget van € 10.000 nodig. Daarnaast zijn kosten gemaakt voor aardgas en elektriciteit, terwijl hiervoor geen budget is geraamd. De kosten worden geraamd op € 45.000 en kunnen deels worden doorbelast aan de huurder van de bovenverdieping. De exacte opbrengst is echter nog onzeker. Voorzichtheidshalve worden op dit moment alleen de kosten geraamd. Zodra er meer inzicht is in de toekomstige baten, zullen deze eveneens worden geraamd. Voor de onderhouds- en energiekosten samen is een bijraming van € 55.000 noodzakelijk.

Dorpshuis St. Jan Hoeven

Uit een beoordeling bij Dorpshuis St. Jan in Hoeven is gebleken dat de nieuw gerealiseerde aanbouw, waarin SVH en Surplus zijn gehuisvest, in de praktijk te kampen heeft met overmatige opwarming en hinderlijke zoninstraling. Dit leidt tot verminderd comfort voor bezoekers en gebruikers van de diensten van SVH en Surplus. Door de aannemer is vastgesteld dat, gezien de bouwkundige eigenschappen van het gebouw, buitenzonwering niet realistisch toepasbaar is. Binnenzonwering wordt daarom aangemerkt als de enige haalbare maatregel om de zoninstraling en warmtebelasting in het vertrek te beperken en het binnenklimaat te verbeteren. Daarnaast is bij de entree van het dorpshuis onkruid ontstaan, wat zorgt voor een onverzorgde en verwilderde uitstraling. De definitieve herinrichting van het kerkplein staat later dit jaar gepland, maar tot die tijd wordt ervoor gekozen om het gebied bij de entree van het dorpshuis tijdelijk te voorzien van beplanting.

Exploitatie De Vossenberg

Doordat het gebouw De Vossenberg langer in gebruik is dan vooraf voorzien, zijn zowel kosten als opbrengsten niet in de begroting opgenomen. Dit leidt tot een bijstelling van het exploitatiebudget. De totale energiekosten worden geraamd op ca. € 50.000 en worden deels doorbelast aan de Borgesiusstichting en De Dwergjes, waarbij de exacte opbrengst nog onzeker is. Voorzichtheidshalve worden op dit moment alleen de kosten geraamd. Zodra er meer inzicht is in de toekomstige baten, zullen deze eveneens worden geraamd. Daarnaast is sprake van extra huuropbrengsten van circa € 13.400. Per saldo leidt dit tot een incidentele bijraming van € 36.000.

Bijdrage GGD Midden- en West-Brabant

Op basis van de conceptbegroting 2027 van de GGD Midden- en West-Brabant, behandeld in de raadsvergadering van 18 juni 2026, wordt de bijdrage meerjarig bijgesteld.

Inzet mentale gezondheid (suïcidepreventie)

Vanaf 1 januari 2026 hebben gemeenten de wettelijke taak om in te zetten op suïcidepreventie. In dit kader is door de GGD West-Brabant een Regionaal actieplan Suïcidepreventie opgesteld. Dit plan geeft aan op welke manier de inzet op suïcidepreventie vorm te geven. Voor de concrete uitwerking dient nog een uitvoeringsprogramma te worden opgesteld, waarin de regionale en lokale inzet en de daarbij benodigde middelen geconcretiseerd wordt. De GGD werkt op dit moment aan een uitvoeringsplan dat medio 2026 opnieuw zal worden voorgelegd aan het AB van de GGD.

Opvang Oekraïense vluchtelingen

In de Begroting 2026 zijn geen baten en lasten opgenomen voor de opvang van de Oekraïense vluchtelingen. Bij het opstellen van de Begroting 2026 was in verband met een uitbreiding van het aantal opvangplaatsen in 2026 nog te weinig zicht op de lasten en baten om dat goed in te kunnen schatten en het was onduidelijk hoe lang de opvang zou gaan duren.

Hoewel dat laatste ook nu nog niet is te beantwoorden, zijn er inmiddels ramingen opgesteld tot en met 31 december 2026. Op basis van de werkelijke kosten van 2025, zijn de kosten voor 2026 ingeschat. Op basis van de huidige ramingen is er sprake van een tekort van ca. € 615.180. Dit wordt met name veroorzaakt door een algemene stijging van de kosten en het gelijkblijven van het normbedrag van € 44 per dag per opvangplek.

De rijksregeling biedt de mogelijkheid om via de SISA-verantwoording bij de jaarrekening aanvullende compensatie bij het Rijk aan te vragen voor de hogere kosten van de opvang. Het dient dan wel te gaan om materiele verschillen. Gezien het tekort, gaat inderdaad om een materieel verschil. Bij de Jaarrekening 2026 zal op basis van de werkelijke kosten bepaald worden wat aan aanvullende compensatie wordt aangevraagd.

Kosten jeugdzorg - voorgaande jaren

Er zijn diverse facturen over voorgaande jaren ontvangen. Het betreft onder andere facturen voor laagcomplex jeugdzorgarrangementen, pleegzorg en jeugdbescherming. Om facturen over voorgaande jaren zo veel mogelijk te vookomen zijn diverse beheersmaatregelen genomen zodat deze facturen als verplichting bij het opstellen van de jaarrekening worden meegenomen. We blijven daarbij echter ook afhankelijk van juiste en tijdige aanlevering van informatie en facturen door de zorgaanbieders. Het zal dan ook nooit helemaal voorkomen kunnen worden dat er nog facturen over oude jaren komen.

Arrangementen jeugdzorg - nieuwe methodiek

Bij de Jaarrekening 2024 is naar aanleiding van het jaarrekeningresultaat een uitgebreide analyse gedaan naar de oorzaken van het tekort op jeugdzorg. De memo met deze analyse is als bijlage bijgevoegd bij de Jaarrekening 2024. Naar aanleiding van de uitgevoerde analyse was in eerste instantie als uitgangspunt gekozen om de ramingen voor 2025 te baseren op de jaarrekeningcijfers 2024 inclusief 3% indexering. Deze nieuwe methodiek is ook besproken in de auditcommissie van 3 juni 2025. De auditcommissie was akkoord met deze nieuwe manier van ramen. Het streven was om bij de Zomernota 2025 op basis van een combinatie van werkelijke cijfers (voor zover bekend) in 2025 in combinatie met bovengenoemd uitgangspunt te komen tot een bijgestelde raming voor 2025 en meerjarenraming. Door de complexiteit en hoeveelheid van factoren waar de bedragen door worden beïnvloed, was het in de Zomernota 2025 nog niet mogelijk om de volledige integrale impact van de prognose te verwerken.

De begroting 2026 is op basis van de nieuwe methodiek opgesteld. Daarbij zijn maatregelen en bezuinigingsopties geïnventariseerd en meerjarig doorgerekend. Aangezien de jaarrekeningcijfers van 2025 bij het opstellen van de begroting 2026 nog niet bekend waren zijn daarom de cijfers van de jaarrekening 2024 als uitgangspunt genomen en zijn deze verhoogd met zowel een indexering voor 2025 en 2026 om op die manier te komen tot het juiste basisbedrag voor 2026.

Conform de nieuwe methodiek zijn de begroting en meerjarenraming voor o.a. de jeugdzorgarrangementen, maatwerk, LTA en pleegzorg nu bij de Zomernota 2026 op basis van de jaarrekeningcijfers van 2025 bijgesteld. In de bijstellingen zijn tevens de maatregelen en bezuinigingsopties verwerkt.

Jeugdprofessionals

De tarieven voor de inzet van jeugdprofessionals worden jaarlijks geïndexeerd. In 2026 is deze indexering hoger dan begroot. Dit werkt ook structureel door in de kosten voor de inzet van de jeugdprofessionals. In de meerjarenraming wordt voor de indexering van deze kosten uitgegaan van het inflatiepercentage.

Onderwijs-zorgarrangementen

De middelen voor OZA BSVZ en Delta betreffen onderwijs‑zorgarrangementen (OZA) voor jongeren die (tijdelijk) niet kunnen deelnemen aan regulier onderwijs, bijvoorbeeld door complexe problematiek of uitval. Binnen deze voorzieningen wordt met inzet van jeugdhulp gewerkt aan het herstellen van belastbaarheid en het toeleiden naar (gedeeltelijke) terugkeer naar school.

In november 2025 is regionaal besloten deze voorzieningen met twee jaar te verlengen tot en met 31 december 2027. De verlenging is nodig omdat de doelgroep nog steeds specialistische ondersteuning vraagt en het regulier onderwijs deze ondersteuning nog niet volledig kan bieden.

Overige kosten jeugdzorg

De overige kosten jeugdzorg nemen toe als gevolg van meerdere ontwikkelingen. De hogere bijdrage aan GIA Veilig Thuis (deel Jeugd) hangt samen met een toename van het aantal meldingen en adviesvragen, complexere casuïstiek en de benodigde inzet om de uitvoering van de wettelijke taken op niveau te houden. Daarnaast is sprake van hogere lasten voor onder andere taxivervoer in het kader van de Jeugdwet, de bijdrage aan het Meldpunt Crisiszorg (vanaf 2027) en de verhoging van PGB als gevolg van de nieuwe verordening. Deze ontwikkelingen leiden tot een bijstelling van de begroting en meerjarenraming.

Maatwerkvoorzieningen Wmo

De budgetten voor de maatwerkvoorzieningen zijn bijgesteld op basis van de volumegroei en werkelijke kosten van de afgelopen jaren. Op deze manier sluiten de ramingen aan bij het werkelijke verbruik over de afgelopen jaren. Het betreft de budgetten voor de vervoersvergoeding, rolstoelen, hulpmiddelen, installatie en onderhoud van trapliften, onderhoud aan woonvoorzieningen, WMO huishoudelijke ondersteuning en WMO begeleiding.

Bijdrage Regio West-Brabant (deeltaxi)

Op basis van de begroting 2027 van de Regio West-Brabant, behandeld in de raadsvergadering van 28 juni 2026, wordt de geraamde bijdrage voor de deeltaxi aangepast.

Overige kosten Wmo

De overige kosten WMO nemen toe als gevolg van meerdere ontwikkelingen. De hogere bijdrage aan GIA Veilig Thuis (deel WMO) hangt samen met een toename van het aantal meldingen en adviesvragen, complexere casuïstiek en de benodigde inzet om de uitvoering van de wettelijke taken op niveau te houden. Daarnaast is sprake van hogere kosten voor het waspunt en een verhoging van het budget voor externe juridische advisering.

Bijdrage Werkplein Hart van West-Brabant

Op basis van de conceptbegroting 2027 van het Werkplein Hart van West-Brabant, behandeld in de raadsvergadering van 18 juni 2026, wordt de bijdrage voor zowel de bedrijfsvoeringskosten als de programmakosten meerjarig bijgesteld. Voor het jaar 2026 heeft het Werkplein een prognose opgesteld. Hieruit volgt een begrotingswijziging 2026. Deze wordt na de zomer, samen met de 2e bestuursrapportage van het Werkplein, voor een zienswijze aan uw raad voorgelegd. Op basis van de prognose van het Werkplein zijn de financiële gevolgen voor de gemeente Halderberge, vooruitlopend op de begrotingswijziging, in deze Zomernota verwerkt.

Bijdrage Werkplein Hart van West-Brabant, bijstelling aantal bijstandontvangers

De raming van de lasten voor bijstandverlening in de prognose 2026 en de conceptbegroting 2027 van het Werkplein Hart van West-Brabant is gebaseerd op de aantallen bijstandontvangers per 1 januari 2026 en de (landelijke) prognose van een stijging van het bestand met 1,4% in 2026. Het actuele aantal bijstandontvangers per 1 mei 2026 laat voor Halderberge een daling zien van 1,9% ten opzichte van de stand van 1 januari 2026. Op basis hiervan zullen de kosten voor bijstandverlening voor Halderberge naar verwachting ca. € 300.000 lager uitkomen dan in de prognose 2026 en de conceptbegroting 2027 is opgenomen.

Rijksbijdrage BUIG

Op basis van het nader voorlopig budget 2026 en de (landelijk) verwachte ontwikkelingen in aantallen bijstandsontvangers en minimumloon is een inschatting gemaakt van de BUIG-uitkering in de jaren 2026-2030. Op basis hiervan neemt de BUIG-uitkering in de komende jaren toe.

Bijdrage WVS-Groep

Op basis van de conceptbegroting 2027 van de WVS-Groep, behandeld in de raadsvergadering van 18 juni 2026, wordt de bijdrage meerjarig bijgesteld.

Bijdrage WVS-Groep, bijstelling rijksbijdrage

In de meicirculaire 2026 is de nieuwe rijksbijdrage WSW voor de jaren 2026-2030 bekend gemaakt. Deze bijdrage wordt door de deelnemende gemeenten doorbetaald aan WVS-Groep. In de conceptbegroting 2027, behandeld in de raadsvergadering van 18 juni 2026, kon nog geen rekening worden gehouden met de bijgestelde rijksbijdrage. De totale rijksbijdrage is voor 2027 en volgende jaren ca. € 0,5 miljoen hoger dan in de conceptbegroting 2027 van WVS-Groep is opgenomen (voor de 9 deelnemende gemeenten bij elkaar). WVS-Groep verwerkt dit in de herziene begroting 2027 die in het najaar wordt opgesteld. Als gevolg van de hogere rijksbijdrage zal de gemeentelijke bijdrage in de herziene begroting lager uitkomen. Voor Halderberge verwachten wij dat de gemeentelijke bijdrage aan WVS-Groep ca. € 50.000 lager wordt, dan in de conceptbegroting 2027 is opgenomen.

Top