Toelichting belangrijkste verschillen begroting (incl. wijziging) en realisatie programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen (x € 1.000).

Taakveld

Verschil

V/N

Toelichting

3.1 Economische ontwikkeling

55

V

In de begroting was een bijdrage aan de Economische samenwerking Halderberge (ESH) geraamd. De oprichting van de ESH is niet doorgegaan en er hebben geen grootschalige activiteiten plaatsgevonden.

7.3 Afval

76

V

Voor de raming van de vergoeding die wordt ontvangen voor het opruimen van zwerfafval maken we gebruik van extrapolaties. Als blijkt dat er een toename is in het ingezamelde volume aan geregistreerd zwerfafval en aanvullende activiteiten binnen de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid en (UPV) en Single-Use Plastics (SUP) regeling, dan resulteert dit succes ook in een extra vergoeding door Verpact. Dit effect werd ook nog eens versterkt doordat het tarief van de vergoedingen hoger was.

7.4 Milieubeheer

128

V

De eindafrekening van de Omgevingsdienst Midden en West-Brabant over 2025 is ontvangen. In deze afrekening zijn de realisatiebedragen voor de programmadelen: basistaken, projecten en adviezen en collectieve taken incl. SSIB verrekend met de prognoses en bijstellingen van de OMWB die in de voorschotten zijn verwerkt. Daarnaast zijn er efficiëncy slagen gemaakt bij de OMWB wat geleid heeft tot een positief resultaat, dat ten gunste komt van de deelnemers.

24

V

In 2025 zijn er nagenoeg geen kosten gemaakt voor opruimings- en saneringswerkzaamheden als gevolg van milieudelicten, zoals afvaldumpingen. Dit geeft een voordelig saldo van € 24.000.

32

V

In 2025 is een bijdrage van € 31.877 ontvangen vanuit de RES West Brabant voor het traject toekomstbestendig maken energiebeleid. Hoe deze middelen precies worden ingezet zal in 2026 gezamenlijk worden bepaald binnen de werkgroep Gebiedsgerichte Aanpak. De gemeente Halderberge neemt daaraan deel als onderdeel van West Brabant West (Bergen op Zoom, Woensdrecht, Steenbergen, Roosendaal en Halderberge). Bij de bestemming van het jaarrekeningsaldo wordt voorgesteld de ontvangen bijdrage van € 31.877 hiervoor te reserveren.

8.1 Ruimte en leefomgeving

75

V

Vanuit het college werkprogramma is uitvoering gevraagd op het project inzet op versterken van de leefbaarheid in de wijk. Dit zou in samenwerking met Woonkwartier worden opgepakt en uitgevoerd, wat echter vanwege priotiteitszetting niet van de grond is gekomen. In 2026 wordt dit thema uitgerold vanuit het volkshuisvestingsprogramma met een compleet uitvoeringsprogramma.

-86

N

De ontvangen leges voor procedures ruimtelijke ordening zijn lager dan geraamd. De aanname in de begroting dat het volume voor ruimtelijke initiatieven door de instaptarieven enorm zou toenemen blijkt niet realisatisch geweest.

39

V

De energiekosten voor de panden aan de Bovenstraat en Huygensplein zijn begroot op basis van de voorschotten. Nu in de parktijk door de lichte winter en minder intensief gebruik het daadwerkelijke verbruik veel lager is, geeft dit een voordeel ten opzichte van de raming van € 39.000.

-29

N

Vanuit de rijksoverheid worden er meer eisen gesteld aan de basisregistraties. Meer digitale verplichtingen (Digitaal Stelsel Omgevingswet DSO), meer gegevens real-time bijhouden, hogere beveiligingseisen en koppelingen tussen basisregistraties. Vanwege de specialistische kennis en tools is dit geoutsourced. In combinatie met een toename van de aantallen actualisaties heeft dit geresulteerd in een overschrijding van de begroting.

8.3 Bouwen en wonen

-82

N

De ontvangen leges voor omgevingsvergunningen zijn lager dan geraamd. In de mix van aanvragen is een verschuiving geweest naar lagere bouwkosten waarover de leges procentueeel worden berekend. Daardoor komen de leges lager uit. De afgelopen jaren is er een overschot op de leges geweest. Daarom is de raming van de leges sinds 2024 minder conservatief opgesteld. Zoals ook aangegeven in de Zomernota 2024 betekent dit wel dat tegenvallers in de legesopbrengsten een direct effect hebben op de exploitatie.

273

V

In 2025 is de Realisatiestimulans definitief vastgesteld. Met deze nieuwe regeling ondersteunt het Rijk gemeenten bij het bouwen van meer betaalbare woningen. Gemeenten ontvangen een bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning. Gemeenten kunnen deze bijdrage naar eigen inzicht inzetten. De regeling is bedoeld om lokale woningbouw te versterken en biedt gemeenten de vrijheid om de middelen te besteden op de manier die het beste bij hun woningbouwopgave past. Zij kunnen de middelen bijvoorbeeld gebruiken voor investeringen in gebiedsontwikkeling, het opzetten van een fonds voor betaalbare woningbouw of het reserveren van de middelen voor toekomstige projecten. In 2025 is gestart met de bouw van 39 woningen die voor de regeling in aanmerking komen. Dit betekent dat uit de Realisatiestimulans een bijdrage van € 273.000 wordt ontvangen. In 2026 wordt een bestedingsplan voor deze middelen opgesteld. Bij de bestemming van het jaarrekeningsaldo wordt voorgesteld de ontvangen bijdrage van € 273.000 hiervoor te reserveren.

Rente

23

V

Voor de toerekening van rente aan de investeringen wordt een renteomslag opgesteld. De werkelijke rentekosten- en baten worden hierin afgezet tegen de boekwaarden van de activa en voorraden en monden uit in een gemiddeld rentepercentage. In de Begroting 2025 bedroeg dit gemiddelde percentage 1,5%. Doordat de gerealiseerde rentebaten in 2025 hoger waren dan geraamd, is het rentepercentage in de Jaarrekening 2025 gecorrigeerd naar 1,09%. Voor een nadere toelichting op de rente wordt verwezen naar de paragraaf financiering. Op het programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen ontstaat hierdoor een voordeel van € 23.000.

Onderhoud gebouwen

1

V

Op 13 juli 2023 heeft de gemeenteraad de Meerjaren Onderhoudsplanning 2023-2027 vastgesteld. Hierbij is besloten om per jaar € 75.000 te besparen op het onderhoud. Voor elk gebouw is de storting in de voorziening gemeentelijke eigendommen hierdoor iets lager dan geraamd. Dit leidt tot een voordeel op de taakvelden van de verschillende gebouwen en een nadeel op het taakveld onderhoud gebouwen. Per saldo is dit budgettair neutraal. Tegenover het voordeel op het programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen staat een nadeel op het programma Openbare ruimte.

Toerekening personele lasten aan investeringen

6

V

Met ingang van 2021 worden personele lasten aan de verschillende investeringen toegerekend. De toerekening is gebaseerd op de werkelijke uitgaven op de investeringen. Omdat er in 2025 minder is uitgegeven aan verschillende projecten dan geraamd, kunnen er ook minder personele lasten aan de investeringen worden toegerekend dan geraamd. Dit leidt ook tot een lagere toevoeging aan de reserve flexibele schil. Per saldo is dit budgettair neutraal. Tegenover het voordeel van € 6.000 op het programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen staan nadelen op andere programma's.

Overige afwijkingen

27

V

Totaal

562

V

Top