E-mail: gemeente@halderberge.nl - Telefoon 14 0165
Bezoekadres: Parklaan 15, 4731 GJ Oudenbosch
Postadres: Postbus 5, 4730 AA Oudenbosch
Website: www.halderberge.nl
Cookies: www.halderberge.nl/cookies
Toelichting belangrijkste verschillen begroting (incl. wijziging) en realisatie programma Zorg jeugd en participatie
(x € 1.000).
Taakveld | Verschil | V/N | Toelichting |
|---|---|---|---|
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie | 244 | V | Voor de uitvoering van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) ontvangt de gemeente financiële middelen om de gezondheid van onze inwoners te versterken en de gezondheidszorg kwalitatief goed en toegankelijk te houden. Dit betekent dat we de komende jaren met onze partners inzetten op het stimuleren van een gezonde leefstijl, voorkomen van zorg (de beweging naar de voorkant) vanuit een sterke sociale basis en waar nodig passende zorg. Deze ontwikkeling staat niet op zichzelf, maar is verweven met andere ontwikkelingen in het sociaal domein zoals de Hervormingsagenda Jeugd. Vanuit het Rijk ontvangt de gemeente hiervoor financiële middelen. |
19 | V | In de Begroting 2025 is budget opgenomen voor het uitvoeren van theatervoorstellingen in het kader van verslavingspreventie. Het budget is bedoeld voor schooljaar 2025-2026. In overleg met de scholen zijn de voorstellingen gepland in het voorjaar van 2026, omdat deze periode beter aansluit bij de schoolagenda's. Hierdoor hebben in 2025 geen uitgaven plaatsgevonden, wat resulteert in een positief saldo van € 19.000. | |
44 | V | Het positieve resultaat op subsidies is het gevolg van meerdere factoren. Er zijn minder subsidieaanvragen voor cultuurinitiatieven en muziekonderwijs ontvangen dan verwacht. Daarnaast zijn de uitgaven voor deskundigheidsbevordering en eenmalige activiteiten lager uitgevallen. Gezamenlijk hebben deze ontwikkelingen geleid tot een positief saldo van € 44.000. | |
95 | V | Het totale positieve resultaat van € 95.000 is opgebouwd uit diverse kleine positieve verschillen op de exploitaties van de dorpshuizen, te weten dorpshuis De Steiger, Dorpshuis Bosschenhoofd, Dorpshuis Hoeven, Dorpshuis Oud Gastel, Fideï et Arti en de kapel van St. Louis. Daarnaast wordt het positieve verschil veroorzaakt doordat voor het dorpshuis Hoeven een budget van € 66.000 beschikbaar was gesteld voor de voorbereiding van de herinrichting van het Kerkplein en hiervan maar een bedrag van € 22.100 is uitgegeven. De voorbereiding op de uitwerking van het ontwerp van het nieuwe kerkplein is in Q4 2025 opgestart en duurt tot Q2 2026. Na uitwerking van het definitieve ontwerp (bestekstekeningen straatwerk en riolering) kan de aanbesteding worden opgestart waarop de uitvoering volgt van de herstructurering. Naar verwachting kan de start van de werkzaamheden in het najaar van 2026 beginnen. Bij de bestemming van het jaarrekeningsaldo wordt voorgesteld hiervoor het resterende budget van € 43.900 als jaaroverschrijdende uitgave mee te nemen naar 2026. | |
6.3 Inkomensregelingen | 25 | V | In de Begroting 2025 is een raming van € 60.000 opgenomen voor toevoeging aan de voorziening voor dubieuze debiteuren. Op basis van de status en ouderdom van de openstaande vorderingen heeft het Werkplein HvWB de noodzakelijke hoogte van de voorziening dubieuze debiteuren sociale zaken vastgesteld op € 310.000. Na alle mutaties in 2025 bedroeg het restant saldo € 275.000. Dit betekent dat er een bedrag van € 35.000 aan de voorziening is toegevoegd. Ten opzichte van de raming betekent dit een voordeel van € 25.000. |
32 | V | Het verschil tussen de in 2025 gerealiseerde baten en lasten met betrekking tot de gebundelde uitkeringen (BUIG) bedraagt € 103.000 negatief. Dit is een tekort van 1,08% ten opzichte van het ontvangen BUIG budget. In de Begroting is een verschil tussen baten en lasten geraamd van € 135.000 negatief. Het saldo van de verschillen tussen de Begroting en de werkelijke baten en lasten is € 32.000 positief. | |
19 | V | De kosten voor bijzondere bijstand zijn € 19.000 lager dan geraamd. Het aantal aanvragen voor bijzondere bijstand is in 2025 gedaald ten opzichte van 2024, van 401 naar 245. Ook het aantal toekenningen is gedaald, van 325 naar 185. Deze aantallen zeggen niet zoveel over het daadwerkelijk gebruik van de bijzondere bijstand. Bij de verstrekking van bijzondere bijstand gebeurt het regelmatig dat die voor een (veel) langere periode dan een kalenderjaar wordt toegekend. Een bekend voorbeeld zijn de kosten voor bewindvoering. Hiervoor wordt jaarlijks bijzondere bijstand uitgekeerd, maar daar staat niet jaarlijks een nieuwe aanvraag tegenover. | |
58 | V | Gemeenten ondersteunen ouders die gedupeerd zijn door de kinderopvangtoeslagaffaire, bij problemen die zijn ontstaan door de affaire. Vanuit het Rijk wordt hiervoor compensatie ontvangen op basis van de gemaakte kosten, een normbedrag per gedupeerde en een normbedrag per plan van aanpak en nazorgtraject. Over 2025 bedraagt het deel van de compensatie dat wordt ontvangen op basis van normbedragen ca. € 58.000. | |
6.5 Arbeidsparticipatie | -48 | N | De kosten voor het programma Werk en participatie van het Werkplein HvWB zijn hoger dan geraamd. Dit komt met name doordat de compensatie beschut werk nog niet bekend was bij het opstellen van de gewijzigde begroting 2025 door het Werkplein. |
Wmo | 143 | V | Voor Wmo is er over 2025 een positief saldo gerealiseerd van € 143.000. Dit saldo is opgebouwd uit diverse onder- en overschrijdingen. Zo zijn de kosten voor begeleiding hoger uitgevallen dan geraamd. Het aantal indicaties is in de tweede helft van 2025 gestegen in plaats van de daling die eerder was te zien. Dit geeft een nadeel van ca. € 139.000. Hier staan diverse voordelen tegenover. Zo wordt van het CAK een hogere eigen bijdrage ontvangen van ca. € 65.000. Van de gemeente Bergen op Zoom is in 2025 een bedrag van ca. € 25.000 ontvangen ter compensatie van de uitvoeringskosten van de regeling beschermd wonen. Hier staan geen kosten tegenover. Verder zijn er in 2025 geen kosten gemaakt in het kader van de wet verplichte GGZ en ambulantisering GGZ wat een voordeel van ca. € 43.000 geeft. Ook is er in 2025 een minder groot beroep gedaan op extern advies in het kader van de Wmo. Dit geeft een voordeel van ca. € 21.000. Tenslotte is er sprake van een voordeel op de PGB WMO indicaties van ca. € 47.000. Bij de Wmo Pgb indicaties zien we een daling in het aantal indicaties ten opzichte van 2024, die de lagere kosten verklaren. Onderdeel van het positieve saldo WMO is het restantbudget dat beschikbaar is gesteld voor het plaatsten van een zorgunit. In 2025 is een besluit genomen om een zorgunit te plaatsen bij een inwoner. Hiervoor is een budget van € 104.000 beschikbaar gesteld. Over de realisatie zijn afspraken met een leverancier over gemaakt en de eerste aanbetaling is gedaan. De verwachting was dat de unit in 2025 zou worden gerealiseerd. Vanwege het aanvragen van een vergunning en het moeilijk in contact komen met de inwoners, is dit niet gelukt. Daarom zal de unit in 2026 geplaatst worden. Bij de bestemming van het jaarrekeningsaldo wordt voorgesteld hiervoor het resterende budget van € 80.000 als jaaroverschrijdende uitgave mee te nemen naar 2026. |
Jeugdzorg | -184 | N | Voor jeugdzorg is er over 2025 een negatief saldo van € 184.000 gerealiseerd. Deze overschrijding kent geen eenduidige oorzaak, maar is te verklaren door een samenloop van incidentele en administratieve factoren. Het grootste deel van het tekort, ca. € 180.000, wordt veroorzaakt door verplichtingen voor trajecten die in 2024 of eerder zijn gestart en afgerond en waar nog geen factuur voor is ontvangen. Daarnaast zijn de kosten voor JeugdzorgPlus in 2025 ca. € 80.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Deze kosten zijn inherent moeilijk voorspelbaar en worden sterk beïnvloed door individuele en vaak acute plaatsingen. Daarnaast zijn nog diverse andere verschillen die het saldo verklaren. Het totaal van deze verschillen bedraagt ca. € 76.000 positief. Zo zijn bij de maatwerkvoorzieningen verschillen ontstaan doordat een aantal indicaties na de slotwijziging is gestart. Deze trajecten waren bij het opstellen van de slotwijziging nog niet bekend en konden daarom niet tijdig worden meegenomen. In enkele gevallen betrof dit ook wijzigingen met terugwerkende kracht, zoals een herindicatie van PIC naar hoogcomplex B. Tegenover deze hogere lasten staan ook onderschrijdingen. Binnen LTA en maatwerk is sprake van lagere kosten, onder andere doordat een dure cliënt halverwege het jaar is verhuisd en een andere cliënt gedurende het jaar de leeftijd van 18 jaar bereikte. Daarnaast waren de kosten voor maatwerk met name in de eerste helft van het jaar hoger, waarna in de tweede helft een duidelijke afname zichtbaar was. |
Rente | 52 | V | Voor de toerekening van rente aan de investeringen wordt een renteomslag opgesteld. De werkelijke rentekosten- en baten worden hierin afgezet tegen de boekwaarden van de activa en voorraden en monden uit in een gemiddeld rentepercentage. In de Begroting 2025 bedroeg dit gemiddelde percentage 1,5%. Doordat de gerealiseerde rentebaten in 2025 hoger waren dan geraamd, is het rentepercentage in de Jaarrekening 2025 gecorrigeerd naar 1,09%. Voor een nadere toelichting op de rente wordt verwezen naar de paragraaf financiering. Op het programma Zorg, jeugd en participatie ontstaat hierdoor een voordeel van € 52.000. |
Onderhoud gebouwen | 30 | V | Op 13 juli 2023 heeft de gemeenteraad de Meerjaren Onderhoudsplanning 2023-2027 vastgesteld. Hierbij is besloten om per jaar € 75.000 te besparen op het onderhoud. Voor elk gebouw is de storting in de voorziening gemeentelijke eigendommen hierdoor iets lager dan geraamd. Dit leidt tot een voordeel op de taakvelden van de verschillende gebouwen en een nadeel op het taakveld onderhoud gebouwen. Per saldo is dit budgettair neutraal. Tegenover het voordeel op het programma Zorg, jeugd en participatie staat een nadeel op het programma Openbare ruimte. |
Toerekening personele lasten aan investeringen | -24 | N | Met ingang van 2021 worden personele lasten aan de verschillende investeringen toegerekend. De toerekening is gebaseerd op de werkelijke uitgaven op de investeringen. Omdat er in 2025 minder is uitgegeven aan verschillende projecten dan geraamd, kunnen er ook minder personele lasten aan de investeringen worden toegerekend dan geraamd. Dit leidt ook tot een lagere toevoeging aan de reserve flexibele schil. Per saldo is dit budgettair neutraal. Tegenover het nadeel van € 24.000 op het programma Zorg, jeugd en participatie staat een voordeel op Overhead. |
Directe personele lasten programma Zorg, jeugd en participatie | 128 | V | Het totale verschil op de personele lasten 2025 bedraagt € 7.000 positief. Als gevolg van de toerekening van de directe personeelslasten aan de verschillende programma's en taakvelden ontstaan op programmaniveau verschillen ten opzichte van de begroting. Tegenover het voordeel van € 128.000 op het programma Zorg, jeugd en participatie staan nadelen op andere programma's. Voor het totaaloverzicht van de personele lasten wordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering. |
Overige afwijkingen | 82 | V | |
Totaal | 715 | V |