E-mail: gemeente@halderberge.nl - Telefoon 14 0165
Bezoekadres: Parklaan 15, 4731 GJ Oudenbosch
Postadres: Postbus 5, 4730 AA Oudenbosch
Website: www.halderberge.nl
Cookies: www.halderberge.nl/cookies
In de paragraaf bedrijfsvoering worden - conform de Kadernota rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV - de afwijkingen zoals vermeld in de rechtmatigheidsverantwoording door het college nader toegelicht. Naar aanleiding van de wijzigingen van het Besluit begroting en verantwoording gemeenten en provincies (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) is de beleidsnota rechtmatigheid Halderberge in 2025 (met terugwerkende kracht) gewijzigd. Verder hebben wij, naar aanleiding van de bevindingen bij de jaarrekening 2024, uw raad voorgesteld een categorie van lastenoverschrijdingen op programmaniveau toe te voegen die door de raad – voortaan - als acceptabel worden beschouwd.
Op 23 oktober 2025 heeft uw raad de gewijzigde beleidsnota rechtmatigheid Halderberge vastgesteld en geldt vanaf het rekeningjaar 2025.
Het uitgangspunt is dat de categorie begrotingsafwijkingen, zijnde overschrijdingen van de baten op programmaniveau en onderschrijdingen van de baten en lasten op programmaniveau, die gedurende het jaar vermeld en toegelicht worden in de tussentijdse rapportages dan wel in een raadsvoorstel, én die na afloop van het jaar worden gemeld en toegelicht in het overzicht van baten en lasten van de jaarrekening niet als onrechtmatig worden aangemerkt (zie artikel 3a, derde lid van de beleidsnota rechtmatigheid Halderberge). Voor dergelijke begrotingsafwijkingen verwijzen wij u naar de toelichting overzicht baten en lasten op programmaniveau waarin ze - ten dele immers op saldoniveau - worden toegelicht (toelichting op de verschillen tussen - gewijzigde – begrote en gerealiseerde baten en lasten over 2025).
Het uitgangspunt is dat de categorie begrotingsafwijkingen, zijnde overschrijdingen van de lasten op programmaniveau en overschrijdingen van de investeringskredieten als onrechtmatig worden aangemerkt. Overschrijdingen van de lasten op programmaniveau en overschrijdingen van de investeringskredieten worden evenwel in bepaalde situaties acceptabel geacht. Bijvoorbeeld als een overschrijding van de lasten gecompenseerd wordt door - direct gerelateerde - baten van gelijke omvang of als er sprake is van een overschrijding die gecompenseerd wordt door een onttrekking uit een bestemmingsreserve of voorziening (zie artikel 3a, vierde lid van de beleidsnota rechtmatigheid Halderberge).
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording, voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden, maar ze worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (zie artikel 3a, vijfde lid van de beleidsnota rechtmatigheid Halderberge).
De door ons geconstateerde lastenoverschrijdingen op de programma’s bestuur en burgerzaken, openbare ruimte, onderwijs, sport en cultuur en algemene dekkingsmiddelen, in totaal € 1.735.000 (afgerond) kwalificeren zich - naar ons oordeel - als onrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad (conform artikel 3a vierde lid van de beleidsnota rechtmatigheid Halderberge). Ze worden dan ook niet afzonderlijk toegelicht in deze paragraaf bedrijfsvoering.
De door ons geconstateerde overschrijdingen op de investeringskredieten, in totaal € 342.000 (afgerond), kwalificeren zich - naar ons oordeel - slechts ten dele als onrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad. Dat is enkel het geval bij een investering waar tegenover een deel van de geconstateerde overschrijding een overschrijding van de baten (ontvangen subsidie) staat. Het betreft het investeringskrediet Nieuwbouw dorpshuis Hoeven. De overschrijding van dit investeringskrediet bedraagt ultimo 2025 € 287.000. Hier staat een overschrijding van baten van € 72.000 tegenover, waardoor deze overschrijding ten dele kwalificeert als acceptabel. Hieronder treft u een overzicht van de geconstateerde overschrijdingen.
Investeringskrediet | Lastenoverschrijding | Acceptabel ja of nee |
Actiekaart Oud Gastel | € 28.000 | nee |
Nieuwbouw dorpshuis Hoeven | € 287.000 | hiervan € 72.000 acceptabel |
Overige (optelsom van betrekkelijk geringe overschrijdingen verdeeld over 4 investeringskredieten die in 2025 zijn afgesloten) | € 27.000 | nee |
Totaal | € 342.000 | hiervan € 72.000 acceptabel |
Wij zullen er meer op toezien dat uw raad van overschrijdingen op programmaniveau en overschrijdingen op investeringskredieten tijdig, dat wil zeggen voor het einde van het begrotingsjaar, wordt geïnformeerd en dat dergelijke overschrijdingen op een correcte wijze - via een begrotingswijziging - worden bijgesteld, ook al is de begrotingswijziging per saldo budgettair neutraal (tegenover een lastenoverschrijding staat een batenoverschrijding) en past deze in het door u vastgestelde beleid. Daarbij past de kanttekening dat wij naar verwachting niet helemaal kunnen voorkomen dat er - verhoudingsgewijs beperkte - afwijkingen tussen de laatst bijgestelde begroting en de jaarrekening blijven bestaan.
De door ons geconstateerde afwijkingen op het voorwaardencriterium kunnen worden onderscheiden in fouten en onduidelijkheden. Het bedrag aan geconstateerde fouten bedraagt € 2,4 miljoen (afgerond) - met name proces inkoop en aanbestedingen - en het bedrag aan geconstateerde onduidelijkheden bedraagt € 2,5 miljoen (afgerond) - met name het proces inkoop en aanbestedingen.
Uit de interne controle EU-aanbestedingen zijn meerdere afwijkingen geconstateerd. Daarbij had een belangrijk deel van de afwijkingen betrekking op uitgaven van opdrachten die in het verleden (vóór het boekjaar 2025) onterecht niet Europees zijn aanbesteed en doorlopen in 2025. In totaal gaat het om bedrag van € 2 miljoen afgerond, waarvan € 1,33 miljoen afgerond aan onduidelijkheden en € 677.000 afgerond aan fouten. Dit zijn dus geen nieuwe afwijkingen.
Vorig jaar hebben wij geconstateerd dat bij een aantal raamovereenkomsten de wetgeving niet correct is nageleefd. Bij raamovereenkomsten die Europees moeten worden aanbesteed - omdat de maximale waarde van de raamovereenkomst het Europese drempelbedrag voor diensten, levering of werken overschrijdt - is het verplicht de maximale waarde of maximale hoeveelheid van de te verstrekken opdrachten in de aanbestedingstukken (en in de publicatie op Tenderned) te vermelden. Dit vloeit voort uit jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie (Antitrust-arrest C216/17, december 2018). Het is in beginsel niet toegestaan om de maximale waarde te overschrijden, niet wezenlijke wijzigingen uitgezonderd.
Daarnaast geldt er voor raamovereenkomsten die Europees moeten worden aanbesteed in beginsel een maximale looptijd van vier jaar (artikel 2.140, derde lid Aw). Hiervan mag alleen in uitzonderingsgevallen, die deugdelijk gemotiveerd zijn, worden afgeweken. De motivering moet ook duidelijk worden vermeld in de aanbestedingsstukken (en in de publicatie op Tenderned).
Uit onze interne controle over 2024 was gebleken (zie ook paragraaf bedrijfsvoering, toelichting rechtmatigheidsverantwoording, jaarrekening 2024) dat er bij twee Europees aanbestede raamovereenkomsten onrechtmatigheden zijn geconstateerd. Het betreft de raamovereenkomst leerlingenvervoer (geen vermelding van de maximale waarde of maximale hoeveelheid in de aanbestedingstukken) en de raamovereenkomst rioolreiniging (forse overschrijding van de maximale waarde zoals vermeld in de aanbestedingstukken en geen mogelijkheid om gebruik te maken van de uitzonderingsgronden niet wezenlijke wijzigingen cf. hoofdstuk 2.5 Aw). In totaal gaat het om bedrag van € 674.000 (afgerond) aan fouten.
Vorig jaar hebben wij opdrachten die meervoudig onderhand zijn aanbesteed in de vorm van raamovereenkomsten en die niet voldoen aan bovenstaande jurisprudentie als onduidelijk aangemerkt. Aangezien deze opdrachten doorlopen in 2025, zijn ze wederom als onduidelijk aangemerkt. Voor deze opdrachten wordt het oordeel onduidelijk gehanteerd, omdat niet met zekerheid is vast te stellen of de jurisprudentie over Europees aanbestede raamovereenkomsten ook een-op-een van toepassing is op meervoudig onderhandse opdrachten. Het gaat met name om twee opdrachten c.q. raamovereenkomsten op het gebied van het onderhoud van de openbare ruimte waarmee in 2025 zo’n € 1,6 miljoen (afgerond) is gemoeid. Zoals eerder aangegeven moeten we vanaf 2025 onduidelijkheden bij de (geconstateerde) fouten optellen, zodat we eerder de door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens voor afwijkingen op het gebied van (financiële) rechtmatigheid bereiken.
Bij de regionale aanbesteding raamovereenkomst ADHD (looptijd 1 jaar) hebben wij - net als in 2024 - geconstateerd dat niet alle processtappen volgens artikel 2.39 Aw zijn doorlopen. Bovendien is er in de raamovereenkomst een bepaling opgenomen met de mogelijkheid de raamovereenkomst met de oorspronkelijke looptijd van een jaar steeds weer met een jaar te verlengen. Daarmee heeft deze overeenkomst de (theoretische) mogelijkheid een eeuwigdurend karakter te hebben, hetgeen niet toegestaan is voor raamovereenkomsten in het bijzonder (artikel 2.140, derde lid Aw). Met deze regionale aanbestede raamovereenkomst is voor onze gemeente over 2025 een bedrag gemoeid van € 77.000 (afgerond) aan fouten.
Bij vijf opdrachten hebben wij geconstateerd dat het Europese drempelbedrag is overschreden, terwijl de opdrachten - over de gehele looptijd berekend - niet Europees zijn aanbesteed. Het betreft onder meer de huur van tijdelijke onderwijshuisvestingsunits en ICT-applicaties. In totaal gaat het in 2025 om een bedrag van € 549.000 (afgerond) aan fouten.
Begin dit jaar is er een uitspraak van het Hof van Justitie geweest over de toepassing van het merendeelcriterium bij quasi-inbesteding. Quasi-inbesteding is een uitzondering op de regel dat opdrachten op of boven het Europese drempelbedrag (voor diensten, leveringen of werken) Europees moeten worden aanbesteed. Er dient dan wel aan de cumulatieve criteria verbonden aan quasi-inbesteding te worden voldaan (artikelen 2.24a – 2.24c Aw). Als aan alle voorwaarden wordt voldaan, mag de gemeente de opdracht een-op-een verstrekken aan de gelieerde organisatie. De gedachte van deze uitzondering is dat een gemeente een opdracht aan een organisatie waarmee het nauw verbonden is niet op de markt hoeft te zetten, maar rechtstreeks mag gunnen (alsof het een onderdeel is van de eigen organisatie). De gemeente moet er wel op toezien dat de gelieerde organisatie blijft voldoen aan deze criteria.
De gemeente verstrekt opdrachten aan WVS en Saver op basis van quasi-inbesteding. Wij hebben geconstateerd dat de gemiddelde omzet van de WVS over de jaren 2022 - 2024 niet helemaal voldoet aan het merendeelcriterium (kleiner dan 80%). Deze constatering én met in het achterhoofd de onlangs verschenen jurisprudentie over de toepassing van dit criterium (omzet van dochtermaatschappijen – zoals WVS schoonmaak (commerciële onderneming) - moeten ook worden betrokken in het merendeelcriterium) hebben wij de opdrachtverstrekking van opdrachten met een waarde boven het Europese drempelbedrag als onduidelijk aangemerkt. Er is aan WVS verzocht, rekening houdend met de nieuwe jurisprudentie, gemiddelde omzetcijfers, gecontroleerd door hun accountant, aan ons te leveren. In 2025 gaat het om € 886.000 (afgerond) verdeeld over de opdrachten plantsoenonderhoud en inhuur personeel.
De Gids Proportionaliteit (hierna: Gids) maakt onderdeel uit van het normenkader. Het is een richtsnoer waarvoor het principe geldt pas toe of leg uit. De drempelbedragen voor met name opdrachten met een waarde onder het Europese drempelbedrag voor diensten leveringen of werken die in deze Gids vermeld staan zijn opgenomen in het inkoop- en aanbestedingsbeleid van gemeente Halderberge (versie 20 of 24). Hoewel het toegestaan is af te wijken van het eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid dient het wel een uitzondering te zijn. De koppeling met de drempelbedragen in de Gids heeft wel tot gevolg dat het zonder motivering afwijken van de drempelbedragen in het eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid resulteert in een rechtmatigheidsfout, omdat de Gids onderdeel uitmaakt van het normenkader dat door uw raad is vastgesteld.
We hebben geconstateerd dat er voor een bedrag van € 346.000 (afgerond) aan opdrachten (zeven in totaal) zijn verstrekt waarbij niet de juiste aanbestedingsprocedure is gevolgd. Voorwaarde voor het afwijken van het inkoop- en aanbestedingsbeleid is namelijk dat het college voorafgaand aan de opdrachtverstrekking instemt met de afwijking en dat er goed gemotiveerd wordt waarom het in het specifieke geval wenselijk is af te wijken van het eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid.
Er zijn in 2026 nog uitgaven gedaan voor een opdracht (dorpshuis Hoeven) die Europees had moeten worden aanbesteed en die in 2023 en in 2024 als zodanig ook als fout is aangemerkt (ca. € 3.000). Verder is de opdrachtverstrekking voor inhuur personeel (raamovereenkomst) die regionaal is aanbesteed als onduidelijk aangemerkt, omdat er geen maximale waarde opgenomen is (ca. € 16.000).
De geconstateerde fouten en onduidelijkheden op het gebied van inkoop en aanbestedingen (de opdrachten zijn niet of op een niet correcte wijze aanbesteed) zijn deels fouten die eerder zijn geconstateerd en nog doorlopen in 2025. Deze zijn dus niet nieuw.
We zullen erop toezien dat bij alle toekomstige raamovereenkomsten de maximale waarde of maximale hoeveelheid wordt opgenomen in de aanbestedingstukken (en voor zover van toepassing in de publicatie op Tenderned). Ook zullen wij er op toezien dat de maximale looptijd van een (Europees aanbestede) raamovereenkomst vier jaar is en dat hiervan alleen gemotiveerd kan worden afgeweken. Deze motivering moet in de aanbestedingsstukken en in de publicatie op Tenderned worden vermeld.
Wij hebben besloten dat voortaan ook voor opdrachten in de vorm van een raamovereenkomst met een verwachte maximale waarde onder het Europese drempelbedrag (lees: meervoudig onderhandse aanbestedingen en nationaal openbare aanbestedingen) de maximale waarde op te nemen in de aanbestedingsstukken. Deze richtlijnen zijn vastgesteld in de nadere beleidsregels inkoop- en aanbesteding die zijn ingegaan op 1 januari 2026.
Wij zullen WVS verzoeken na te laten gaan in hoeverre de onlangs verschenen jurisprudentie gevolgen heeft voor het door ons kunnen blijven verstrekken van opdrachten (een-op-een) aan de WVS onder het mom van quasi-inbesteding of dat er door de WVS ‘maatregelen’ moeten worden genomen om te kunnen blijven voldoen aan de criteria verbonden aan quasi-inbesteding.
Wij zullen intern blijvende aandacht vragen voor het correct toepassen van de wet- en regelgeving op het gebied van inkoop- en aanbesteding.
De geconstateerde fouten op het gebied van subsidieverlening (door de gemeente verstrekte subsidies) bedragen in totaal € 725.000. Er zijn een aantal subsidies aangevraagd en uiteindelijk ook toegekend na de (fatale) aanvraagtermijn zoals opgenomen in de algemene subsidieverordening gemeente Halderberge (artikel 7, eerste lid ASV). Voor deze subsidies is ook geen afwijkende bepaling opgenomen in een subsidieregeling, voor zover van toepassing (artikel 7, derde lid ASV).
Daarnaast is er een onduidelijkheid geconstateerd bij de verstrekking van een begrotingssubsidie (bibliotheek). Conform artikel 4.23, derde lid onder d is er voor een begrotingssubsidie geen wettelijke grondslag (ASV met subsidieregeling) vereist, maar moet de naam van de subsidie-ontvanger met het maximaal te ontvangen bedrag aan subsidie in de begroting worden vermeld. Er is geconstateerd dat er een hoger bedrag aan subsidie is toegekend dan vermeld in de begroting (boekwerk). Voor ons is niet duidelijk welke implicaties dat heeft, aangezien bij de vaststelling van de begroting 2025 door uw raad, cijfermatig wel rekening is gehouden met het hogere subsidie-bedrag. Het gaat om een bedrag van € 31.000 aan onduidelijkheid.
Wij zullen bij de toekomstige subsidieverlening rekening houden met de geconstateerde onrechtmatigheden. De aanvraagtermijn in de algemene subsidieverordening gemeente Halderberge is leidend, tenzij er in de subsidieregeling een afwijkende termijn is/wordt opgenomen.
Verder zijn er enkele - in omvang geringe - afwijkingen geconstateerd in het sociaal domein (zoals de bevindingen van de accountant van de Sociale Verzekeringsbank als het gaat om de PGB’s) en zijn er gebreken geconstateerd in de aanlevering van documenten ten behoeve van de aanvragen leerlingenvervoer. In totaal gaat het om circa € 37.000 aan afwijkingen.